Maandelijks archief: februari 2014

SWOCC column

Daan de Raaf, strategy director bij DDB, heeft een gastcollege gegeven. En zijn eerste column voor SWOCC geschreven.

Hij vraagt zich af waarom het AIDA model nog wordt onderwezen. Het antwoord komt van Peeter Verlegh: AIDA is geen beslissingsmodel (of werking van het brein – Swaab, Dijksterhuis?) maar een raamwerk voor effect. Het is dus zeker geen beschrijving van de werkelijkheid maar een standpunt volgens Verlegh.¬†Ook Tim Smits bevestigt dat AIDA in Belgie: “..wordt vernoemd als een model dat achterhaald is als verklaringsmodel maar dat nog wel zijn nut heeft in de structurering van concrete reclamedoelstellingen”.

Brand love in word-of-mouth

In een publicatie in Switzerland Research Park Journal wordt een onderzoek beschreven naar de rol van brand love in word of mouth.
Belangrijkste hypothese die wordt bevestigd is dat hoe hoger de brand love is, hoe meer consumenten geneigd zijn iets door te vertellen. Wanneer de intensiteit (vrije vertaling van excitement) wordt verhoogd dan betekent dit nog niet automatisch dat word of mouth wordt verhoogd.

According to definitions of excitement which presented, we should note that based on results of the second hypothesis and lack of its confirmation, the present people in statistical community of the same research, by increasing the excitement, the rate of their word of the mouth for their considerable production will not be increased.

Desalniettemin heeft het verhogen van de intensiteit wel invloed op de brand love en dus uiteindelijk weer op word of mouth.

It means that by increasing the excitement resulting of consumption of brand productions by consumers, their interest to their favorite brand will increase through the time.

Onze interpretatie van dit onderzoek is dat een eenmalige, intense merkconfrontatie wel effect heeft op brand love maar niet op buzz op korte termijn. Een continue onderhoud van consumenten met brand productions bouwt beter aan word of mouth.